TE VROEG WAKKER

Het is ongeveer half 4 in de nacht. Je kijkt op de klok…”nee he, weer rond 4-en, nu kan ik niet meer slapen, want dat is altijd zo. Balen, ik kan er net zo goed uitgaan, want anders lig ik toch maar storend te draaien en te keren”. Je probeert het nog even en wordt een half uurtje later weer wakker en je bent het zat. 

“Zie je wel, ik wist wel dat het geen zin had om te blijven liggen..”.

Je gaat eruit, drinkt iets en leest of puzzelt wat, of luistert muziek of kijkt TV. Na 2 uur ben je toch wel moe en besluit weer te gaan slapen. Je valt nu wel in slaap maar de wekker gaat al na 1 uurtje. Je bent kapot…..

Hoe ontstaat het patroon van te vroeg wakker worden?

Doordat je jezelf langzaam aan “wakker” bent gaan gedragen op je wakkere moment in de vroege morgen, is je gestel ervan overtuigd geraakt dat je ook wakker “moet” worden. Je onrust, frustratie en gedachtenstroom (over de komende dag) zijn hele wakkere signalen, dus blijkbaar is er iets belangrijks te doen om half 4? Dus moet je morgen weer wakker worden rond die tijd. Tenminste dat denkt je brein. Door dit patroon verder en verder in te slijpen ontstaat een ongewenste automatische piloot.

De “vroeg-wakker-worders” zullen zich goed kunnen herkennen in het feit dat ze zich al verbinden met de dag van morgen en dat ze ook ALTIJD kijken hoe laat ze nu weer wakker zijn geworden. Dus ze zoeken bevestiging en dat krijgen ze dus ook! Dit is de belangrijkste valkuil! ‘Je kunt niet blijven liggen in je bed
als je je gedachten al vooruit hebt gezet.’

Welke invloed heb je zelf?

Je vermoeidheid, concentratieproblemen, lichamelijke pijn of korte lontje die voortkomen uit de vele uren slaap tekort is de beste motivatie om een verandering in je patroon aan te brengen. Begin maar met je brein ‘s avonds te vertellen dat je pas weer begint met denken en werken als het 7.00 uur ‘s morgens is. Tot die tijd is het slaaptijd en ga je jezelf ook zodanig gedragen. Wanneer je wakker wordt kijk je NIET meer op de klok. Tijd doet er niet toe, het is gewoon nog slaaptijd. Je geeft geen enkele betekenis meer aan het moment. Het is hooguit lekker warm en zacht in bed. Het is aangenaam stil en donker en je hoeft heeeeelemaal niks. Er is nu niks belangrijk alleen maar je rust, je zwaarte en ontspanning. Je rustige slaperige ademhaling en je aangename kussen en matras. Je botst nu tegen een weerstand in jezelf op die WIL weten hoe laat het is en die WIL weten wat er morgen moet gebeuren en die MOET nadenken… Dit is/was de drijvende kracht achter je slaapprobleem. Dit is je wekker geweest al die tijd! Leer deze verleidingen te negeren en voed je brein opnieuw op. Overtuig jezelf ervan dat er helemaal niks belangrijk is tussen 23.30 uur en 7.00 uur. Alleen maar het slapen en gedraag je ook als zodanig.

Dit kunt je leren door middel van de slaapoefeningen. Het doorbreken van de gewoonte “te vroeg wakker worden” kan gerust 4 weken duren. Je brein geeft zich niet zomaar gewonnen. Het is er niet na een paar dagen van overtuigd dat alles prima verloopt als je zou doorslapen. Echter wanneer je keer op keer bewijst dat de dagen prima (zelfs beter!) verlopen wanneer je doorslaapt komt je nachtelijke wekker tot rust. Consequent zijn en aan jezelf duidelijk maken wat er precies aan te doen is, is de sleutel tot je succes. Dus de resultaten zijn prachtig wanneer je je innerlijke motor tot stilstand kunt brengen

LEES MEER INFORMATIE OVER:

Wanneer spreek je van een inslaapprobleem?

Als je opziet tegen het naar bed gaan en onvoldoende vertrouwt op het natuurlijk inslapen ondermijn je het inslapen. Duurt het inslapen langer dan 45 minuten en blijft dit moeilijk gedurende een periode van ongeveer een maand, terwijl je toch echt rust en ontspanning zoekt in bed, dan spreek je van een inslaapprobleem.

Lees verder >>

Wanneer spreek je van een doorslaapprobleem?

Wanneer je moeiteloos inslaapt, maar 1 of meerdere malen op een nacht wakker wordt en pas na 45 minuten of langer weer inslaapt, spreken we van een doorslaapprobleem.

Lees verder >>

Wanneer kun je denken aan slaapapneu?

Vooral wanneer je overgewicht hebt, man bent, alcohol gebruikt en rookt, onregelmatige werktijden hebt, misschien ook nog spierverslappers, pijnstillers of slaappillen gebruikt…. dit zijn negatieve factoren.

Je herkent slaapapneu aan:

  • veel en hard snurken.
  • plotseling ophouden met ademen.
  • met een ruk, zwetend en met hartkloppingen weer opnieuw beginnen met ademen en snurken.
  • overdag overmatige vermoeidheid.
  • heel hard werken om de moeheid niet te voelen. “Als ik ga zitten slaap ik”.
  • een klagende partner over nachtelijk snurken.

Lees verder>>

Zweten ’s nachts; soms is het ongemakkelijk, je kunt je ervoor schamen en soms is het vooral lastig. Overmatig zweten kan om verschillende reden op je pad komen.

  • alleen al de gedachte aan het ‘s-nachts zweten doet het zweet je uitbreken….
  • je bent in de overgang (uiting van hormonale veranderingen)
  • je voelt je ongemakkelijk en het zweet breekt je uit (uiting van onzekerheid en stress).
  • je wordt ’s nachts badend in het zweet wakker (uiting van ademproblemen of angst/paniekgevoel, overbelasting).
  • een vrij onbekende reden is een onregelmatig drinkpatroon overdag. Dus te weinig drinken overdag en overmatig drinken in de avond.

Lees verder>>

Slaapmedicatie is bedoeld als een ruggensteuntje in emotioneel zware tijden, bij een jetlag of na een operatie om beter te slapen. Deze medicatie is tijdelijk bedoeld, echter zijn er veel slapelozen die er een gewoonte van hebben gemaakt te gaan slapen met slaappillen. Het is niet eenvoudig om hier zelfstandig mee te stoppen.

Lees verder >>